Legendarische “Team B” heropgericht tegen de Sharia

By • on September 19, 2010

“Ons politieke establishment heeft oogkleppen op en negeert de dreiging”

door R. James Woolsey, Andrew C. McCarthy en Harry E. Soyster

Het is tijd voor een “Team B” benadering van de islamistische ideologie. Die strategie heeft eerder gewerkt, tegen een evenredig beslissende bedreiging van de vrijheid. In 1976 nodigde George H.W. Bush, de toenmalige directeur van de centrale inlichtingendienst, een groep bekende sceptici van de “détente”-strategie uit om de geheime inlichtingen betreffende de Sovjet-intenties en diens capaciteiten te bestuderen. De bedoeling was om zo een “second opinion” te formuleren voor de Amerikaanse politiek ten opzichte van het Kremlin.

De conclusies van deze experimentele “Team B” studie verschilden sterk van de heersende regerings-theorie. De sceptici stelden dat, op grond van de communistische ideologie, de Sovjet-Unie vastbesloten was zich te verzekeren van de nederlaag van de Verenigde Staten en om het Westen en de hele wereld te tiranniseren. Dus had niet alleen de gevoerde ontspanningspolitiek (de “détente”) weinig kans van slagen, maar bracht het nationale veiligheidsbeleid met dit beleid ook de natie ernstig in gevaar. De studie overtuigde in het bijzonder de voormalige gouverneur van Californië Ronald Reagan, die het niet alleen zou gebruiken om oppositie te voeren tegen de ontspanningspolitiek van de Presidenten Ford en Carter, maar ook om er de strategie op te bouwen die uiteindelijk de “Evil Empire” ten val zou brengen.

Nieuwe ideologische dreiging: de Sharia

De Verenigde Staten wordt vandaag de dag wederom geconfronteerd met een soortgelijke verraderlijke ideologische dreiging: de Sharia, de autoritaire doctrine die de islamisten en hun jihadisme aandrijft. Vertaald als “het pad,” is de Sharia een alomvattend kader dat ontworpen is om alle aspecten van het leven te regelen. Hoewel het zekere spirituele elementen bevat, zou het een vergissing zijn eraan te refereren als een “religieuze” code in de Westerse betekenis, omdat het beoogt allerlei gedrag in de seculiere sfeer te reguleren — economisch, sociaal, militair, juridisch en politiek. Deze regulering is onderdrukkend en discriminerend, volkomen tegenstrijdig met de kern van onze grondwettelijke vrijheden, en destructief ten opzichte van de gelijke bescherming onder de wet, vooral voor vrouwen.

Derhalve hebben we een groep samengesteld van professionals en analysten op het gebied van veiligheidsbeleid om deze ideologie en zijn aanhangers te bestuderen in een nieuw Team B [Team B-II]. Onze onderzoeksuitdagingen bouwen voort op de aannames in het huidige Amerikaanse beleid inzake de bestrijding (en de terugdringing) van wat de regering “extremisme” noemt, en het inlaten (en verzoenen) met Sharia voorstanders die beweren het terrorisme af te wijzen. Deze pleitbezorgers worden ten onrechte als “gematigden” gezien omdat ze met graagte hun overduidelijk ongematigde plannen proberen te realiseren door middel van politieke beïnvloedings-operaties, “lawfare” en subversie.
De participanten aan de studie vertegenwoordigen een rijk reservoir aan expertise uit de militaire nationale-veiligheid, de inlichtingendiensten, de binnenlandse veiligheid, de rechtshandhaving en hun academische achtergronden.

Onze studie is geen precieze reproductie van het Team B-werk van een generatie geleden. We zijn niet hiertoe opgeroepen door onze overheid, die onder regeringen van beide partijen onwrikbaar tevreden geweest is met het dragen van oogkleppen. Ook zijn wij niet uigenodigd voor een conta-expertise op basis van geclassificeerde informatie. Maar dit vormt nauwelijks onoverkomelijke obstakels. Wat de Amerikanen weten moeten is voorhanden in het openbare register. Het probleem is dus niet de toegang tot informatie, maar het begrijpen van wat uit de beschikbare informatie volgt voor onze veiligheid.

De Sharia is de cruciale breuklijn van de verwoestende strijd van de islam. Aan de ene kant van de kloof bevinden zich de moslimse hervormers en authentieke gematigden — personen als Abdurrahman Wahid, de voormalige President van Indonesië en leider van ‘s werelds grootste liberale islamitische organisatie, Nahdlatul Ulama — die de Verlichting en de rede omarmt, in het bijzonder de scheiding van de spirituele en wereldlijke domeinen. Aan die kant van de kloof wordt de Sharia gedefinieerd als een referentiepunt voor slechts het persoonlijk gedrag van een moslim, niet als een corpus die opgelegd dient te worden op het leven van een pluralistische samenleving.

De andere kant van de scheidslijn wordt gedomineerd door “islamisten”, de moslim-superiorieitsdenkers. Net als de vroegere pleitbezorgers van het communisme en het nazisme, streven deze superiorieitsdenkers — sommigen terrorist, anderen die meer heimelijke aciviteiten ontplooien — ernaar de mensheid een wereldomspannend theocratisch en autoritair regime op te leggen, een zogenaamd kalifaat. Aan deze kant van de scheidslijn is de Sharia een verplicht systeem waar moslims jihad voor moeten voeren om het te installeren, en de rest van de wereld te verplichten zich eraan te onderwerpen.

Voor deze ideologen is de Sharia geen privé-aangelegenheid. Zij zien het Westen als een ongelovige vijand die verslagen moet worden — niet als een cultuur en beschaving die omhelst, of op zijn minst getolereerd kan worden. Het is onmogelijk, zo betogen zij met het oog op de eindstaat waar zij naar streven, om met alternatieve juridische systemen en vormen van overheid als die van de VS [en andere Westerse landen] vreedzaam samen te leven.

Het is niet de zorg van onze studie een middenweg te vinden tussen concurrerende claims over welke kant van de Sharia-kloof nu de “ware islam” vertegenwoordigt. Er zijn circa 1,4 miljard moslims in de wereld, en hun begrip van hun geloof, evenals hun daarmee verband houdende praktijken, lopen sterk uiteen. Mogelijk is er zelfs geen sprake van één enkele “ware islam.” En áls er al een is, hebben wij niet de pretentie een uitspraak te doen over wat dat dan behelst.

Wat echter niet op een geloofwaardige manier ontkend kan worden, is dat de Sharia stevig verankerd is in de dogmatische teksten van de islam, en de voorkeur heeft van invloedrijke islamitische commentatoren, instellingen, tradities en academische centra. Bovendien wordt sinds al weer meer dan een halve eeuw de Sharia-islam rijkelijk ondersteund en gepropageerd door islamitische gouvernementele entiteiten (gefinancierd met name door Saoedi-Arabië, Iran en de Organisatie van de Islamitische Conferentie) via de burelen van gedisciplineerde internationale organisaties, met name door de Moslim Broederschap. Wij weten uit een interne nota van 1991 die geschreven is door een van de leiders van de Broederschap in de VS, dat haar missie een “grand jihad” is “in het van binnenuit elimineren en vernietigen van de Westerse beschaving en haar ellendige huis te ‘saboteren’.”

Daarom moeten we de Sharia leren begrijpen. Of het nu middels gewelddadige jihad nagestreefd wordt of middels heimelijke technieken — die de Broederschap “civilization jihad” (jihad tegen de Westerse beschaving) noemt of dawa (de oproep tot de islam) —, de Sharia verwerpt fundamenteel het grondwettelijk bestuur en de Amerikaanse samenleving: het fundamentele uitgangspunt dat de geregeerden het recht hebben om voor zichzelf wetten te maken, ongeacht welke theocratische code; de republikeinse democratie zoals gewaarborgd door de Grondwet; de vrijheid van geweten; de individuele vrijheid (inclusief die op het gebied van de persoonlijke levenssfeer en seksuele voorkeur); de vrijheid van meningsuiting (met inbegrip van de vrijheid om theocratische codes en praktijken te analyseren en te bekritiseren); de economische vrijheid (met inbegrip van prive-eigendom); de gelijkheid (met inbegrip van de gelijkheid van mannen en vrouwen en van de moslims en niet-moslims); de vrijwaring van wrede en ongebruikelijke straffen; een ondubbelzinnige veroordeling van het terrorisme (één die barbarij niet rationaliseert als gelegitimeerd “verzet”); en een blijvende commitment om met terughoudendeid en middels de reguliere mechanismen van het federalisme en de democratie, politieke geschillen op te lossen, en niet middels lichtzinnig geweld.

Processtukken hebben aangetoond — het meest recent nog in de vervolging van een islamitische, ogenschijnlijke “liefdadigheids” instelling wegens terrorisme-financiering, bekend als de Holy Land Foundation — dat aanhangers van de Sharia, inclusief een netwerk van aan de Moslim Broederschap geliëerde organisaties die in de Verenigde Staten actief zijn, hoogst serieus de “civilization-jihad” in dit land nastreven. Hun agenda gaat over macht, niet over geloof, en mag daarom niet worden verward met grondwettelijk beschermde vormen van religieuze praktijk. De ambities van de Sharia reiken voorbij wat de Amerikaanse wet ziet als “het onaantastbare gebied van het particuliere geweten en geloof”. Het streeft ernaar onze Grondwet te vervangen met zijn eigen autoritaire kader.

Soms ondersteunen de Broederschap en zijn vrienden islamitisch terrorisme, vooral tegen Israël en tegen de Amerikaanse operaties in islamitische landen. Soms veroordelen zij terroristische methoden om strategische redenen (hoewel ze voorzichtig genoeg zijn zich te onthouden van het veroordelen van specifieke terroristische groeperingen, en Amerika de schuld voor hun gedrag verwijten). In beide gevallen echter, is het eindspel van de islamistische ideologie hetzelfde, of het nu nagestreefd wordt door terroristen of geweldloze activisten: de Amerikaanse samenleving de naleving van de Sharia afdwingen.

Het is voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten van vitaal belang alles te doen wat binnen ons bereik ligt om authentieke gematigden en hervormers van de islam te sterken. Dat kan niet worden gedaan met de mislukte strategie van een gefantaseerde toestand van de islam, in de ijdele hoop dat de realiteit zich op een zeker punt bij de goedaardige fabel van een bloeiende gematigde islam zal aansluiten die “belaagd” wordt door een handjevol aberrante “extremisten.” Het sterken van de echte gematigden vereist een overbloemde herkenning van de valse gematigden, en de kracht van hun Sharia-agenda, net als de nederlaag van de 20ste-eeuwse totalitaire ideologieën een onvertoebelde inschatting vereiste van hun boosaardige potentiëel.

De definitie van “gematigd” moet worden herzien, om juist gepositioneerd te worden ten opzichte van de Sharia-breuklijn. Alleen door het identificeren van die moslims die de Sharia willen opleggen kunnen we er in slagen juist die te marginaliseren. Zoals onze studie laat zien, is het Sharia-systeem volstrekt anti-Amerikaans. Degenen die zich geroepen voelen de stelling te verdedigen dat de Sharia hier zou moeten worden ingevoerd, zullen weinig afnemers vinden, en zeer duidelijk gezien worden voor wat zij in het Westen zijn: marginale en extremistische figuren. Dat, en alleen dat, zal de echte voorstanders van een matige of reformistische islam sterken die vrijheid en gelijkheid omarmen.

Hoogst belangrijk is dat wij onze manier van leven in bescherming nemen, ongeacht de uiteindelijke uitkomst van de interne strijd van de islam. Wij zij veel beter in staat de niet-sharia-aanhangende moslims te versterken, die onze natuurlijke bondgenoten zijn, maar we kunnen de strijd niet voor hen winnen — dat zullen zij zelf moeten doen. Ongeacht of ze zullen slagen in die hercules-taak om de Sharia wereldwijd te delegitimiseren, moeten we het in de Verenigde Staten onschadelijk maken; in het hele Westen en overal elders in de wereld heeft het zijn gewelddadige of ideologische offensief tegen ons geopend.

Maar als we de Sharia onschadelijk willen maken, moeten we begrijpen waar we mee te maken hebben, en niet simpleweg maar hopen dat met “dialoog” en “betrokkenheid” de uitdaging als vanzelf zal verdwijnen. Het botte feit is dat de Sharia-aanhangers doelstellingen afdwingen die onverenigbaar zijn met de Amerikaanse grondwet, de daaruitvloeinde garanties voor de burgerrechten, en de representatieve regering die het machtigt. Onze veiligheid hangt af deze confrontatie, van het niet stil blijven zitten als ze geleidelijk aan onze vrijheden wegnemen.

———————
R. James Woolsey is voormalig directeur van de centrale inlichtingendienst onder president Clinton; Andrew C. McCarthy was de assistent federale aanklager die de daders van de eerste aanslag op het World Trade Center vervolgde; Luitenant-generaal Harry E. “Ed” Soyster is voormalig directeur van de Defense Intelligence Agency (1988 tot 1991).

Het volledige rapport van Team B-II is online beschikbaar op ShariahtheThreat.com.
“Woolsey & McCarthy & Soyster: Second opinion needed on Shariah” is verschenen in The Washington Times.

Video van persconferentie in verband met de publicatie van het gezaghebbende 177 pagina’s dikke rapport door het Center for Security Policy, “Shariah, the Threat to America”. Aan dit rapport is zes maanden intensief gewerkt door Team B II, een groep specialisten op het gebied van de nationale veiligheid waaronder het voormalige hoofd van de CIA James Woolsey; auteur, terrorisme-expert en voormalig federaal aanklager Andy McCarthy; voormalig vice-minister van Defensie voor veiligheidszaken luitenant-generaal Jerry Boykin; auteur en columnist Diana West; directeur van het Center for Security Policy Frank Gaffney (o.a. voormalig Plaatsvervangend adjunct-secretaris van Defensie voor nucleaire strijdkrachten en wapenbeheersingsbeleid in de regering-Reagan); luitenant-generaal Ed Soyster, en vele anderen. Tijdens de persconferentie op het Capitool werd het rapport uitgereikt aan Rep. Trent Franks (R-AZ) die een verklaring over Team B II voorlas van Rep. Michele Bachmann (R-MN) — en Rep. Pete Hoekstra (R-MI). In oktober zal het rapport ook in softcover verkrijgbaar zijn [isbn 978-0-9822947-6-5].

Comments

By Paul on September 19th, 2010 at 17:13

Met betrekking tot wat op het laatst gezegd wordt, in de video hierboven, over politieke correctheid als onderwerping moest ik denken aan het programma de hondenfluisteraar op National Geographic Channel.
Daarin zie je regelmatig hoe eigenaren aan hun hond alle ruimte geven en waardoor de hond ‘denkt’ dat hij de baas, de dominante partij is, met als gevolg dat die bepaald wat er gebeurt.
Mensen worden bang als hij gromt en hapt waardoor ze nog meer toegeven en de hond dit steeds meer ziet als overgave.
Cesar Millan de hondenfluisteraar verandert niet de hond maar de instelling van de eigenaar met als gevolg dat de hond doet wat de baas zegt, en niet omgekeerd ahw.
Veel correcte (lees bange) mensen kunnen nog veel leren van deze man.