Niet links, niet rechts, maar ‘Die Freiheit’

By • on September 14, 2010

De Berlijnse voormalige CDU politicus Rene Stadtkewitz kondigde vrijdag 10 september in een persconferenie in Berlijn de oprichting aan van de nieuwe burgerrechtenpartij in Duitsland, Die Freiheit“.

Mede-oprichters van Die Freiheit zijn de specialist op het gebied van binnenlandse veiligheid Marc Doll (33) die vorige week uit de CDU stapte, en Aaron Koenig (46), die tot voor kort lid was van het bestuur van de Piratenpartij (die zich verzet tegen de afbraak van burgerrechten op bijvoorbeeld het internet). Koenig karakteriseerde Die Freiheit als “minder sociaal-democratisch dan de CDU, veel liberaler dan de FDP, en nog veel meer anti-partijen-partij dan de Groenen.”

De politicus Rene Stadtkewitz uit Berlijn-Pankow, die ook vice-voorzitter is van Pax Europa, werd vorge week uit de Berlijnse CDU-fractie gezet o.a. wegens zijn contacten met de Nederlandse politicus Geert Wilders. In november vorig jaar was hij al uit de CDU-partij teruggetreden, die hij verweet de problemen van de integratie van islamitische immigranten te negeren of goed te praten. Verder weigerde hij gehoor te geven aan de oproep van de CDU-fractieleider Frank Henkel [zie ook de briefwisseling op PI News], om zijn uitnodiging aan de Nederlandse parlementariër Geert Wilders om op 2 oktober 2010 in Berlijn een lezing te geven, in te trekken.

Een andere factor die tot deze stap leidde was de heksenjacht, ook door CDU politici, op de voormalige Bundesbank bestuurder Thilo Sarrazin (SPD), “De mensen willen dat geheven moraliserende vingertje van de politiek niet meer.” (Naar verluidt zou Stadtkewitz mogelijk ook samenwerking willen zoeken met Thilo Sarrazin).

Hoewel de oprichters van Die Freiheit grote belangstelling hebben voor de politiek van Geert Wilders en de PVV,1 ontkent Stadtkewitz dat zijn partij een Duitse tak van de Partij voor de Vrijheid moet worden: “Hij [Geert Wilders] weet niets van onze plannen”, zei hij vorige week. Toch komen hun standpunten in zekere zin op veel gebieden overeen. En ook hier, net als bij de PVV, is in de nieuwe politiek niet zomaar meer te duiden als links of rechts, maar eerder misschien volgens Reagan’s adagium “naar de vrijheid” in plaats van naar “de mierenenhoop van het totalitarisme”.2

Hieronder een interview met de oprichters van Die Freiheit door Felix Struening voor Citizen Times Magazine, over hun politieke doelen in de hoofdstad van Duitsland.

Citizen Times: Mijnheer Stadtkewitz, eerst uit de partij teruggetreden in november 2009 en nu uit de fractie in het Berlijnse Huis van Afgevaardigden gezet. Wat is er mis tussen u en de CDU?

Rene Stadtkewitz: De vraag moet eigenlijk omgedraaid worden: Wat is er mis met de CDU (Christen Democratische Unie) en mijn stellingnames? Ik heb niet de indruk dat ik hier aanleiding voor gegeven heb, met uitzondering dan van het feit dat uiteraard ieder mens zich verder ontwikkelt. De CDU is net als alle andere partijen er sterk op gericht om de ware oorzaken van de integratieweigering en de daaruit voortvloeiende problematiek — de ghetto-vorming in veel Duitse steden — te negeren.

Citizen Times: Wat zegt de achterban van de partij (CDU) daarover?

Rene Stadtkewitz: De leiding van de CDU zou hier antwoorden dat de achterban deze koers steunt en dat men zich verheugt over over het unaniem gesteunde Integrations-Papier. Maar de waarheid is naar mijn mening anders. Ik krijg heel veel reacties vanuit de achterban, die deze koers al lang niet meer steunt. Significant bewijs daarvoor zijn altijd de verkiezingen; NRW [deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen] is daar een goed voorbeeld van, waar meer dan een miljoen kiezers zijn weggebleven.

Citizen Times: Mijnheer Doll, u bent één van degenen die aan de bel heeft getrokken, u heeft zowaar in open brieven gewezen op de miserabele situatie en bent zeer populair in de CDU. Waarom dan nu uit die partij stappen en een nieuwe beginnen?

Marc Doll: Ik ben niet afgetreden omwille van de achterban, de meeste van mijn standpunten worden daar wel gedeeld. Ik krijg erg veel e-mails van mensen, waarin zo’n 95 procent laat merken dat ze mij steunen. Ik ben jarenlang bezig geweest op het gebied van het binnenlandse veiligheidsbeleid en behandelde in het begin de meer “onschuldige” kwesties, zoals graffiti en diefstal. Maar toen ik met betrekking tot ernstige strafbare feiten er steeds meer achter kwam dat dat de islam als een rode vlag door die kwestie heenloopt, had dat een opmerkelijk gevolg. De partijleiding censureerde steeds vaker mijn uitspraken, mijn nieuwsbrieven werden van de CDU website gehaald en ik kon alleen nog maar publiceren onder een pseudoniem. Zelfs mijn CDU standpunt tegen eerwraak en gedwongen huwelijken op de Vrouwendag werd mij niet in dank afgenomen. Dus begon ik in het openbaar steeds vaker op persoonlijke titel te spreken en niet als CDU-lid. Maar als ik mijn politiek, dat door velen wordt ondersteund, niet meer in die partij kwijt kan, is het gewoon tijd om te gaan.

Citizen Times: Het schijnt u beiden, mijnheer Doll en mijnheer Stadtkewitz, te verenigen: zodra u over de islam praat als zijnde een probleem, komt er tegenwind van de (CDU-)partijtop. Waarom is dit?

Rene Stadtkewitz: Ten eerste valt het ons niet licht om de islam te beschouwen als een reden voor de weigering om te integreren, en de gevolgen die dat heeft. We hebben het hier niet over onze visie op de religie. Een secularisatie is voor ons vanzelfsprekend, maar voor moslims juist vaak niet. De islam is tevens politiek en brengt ook zijn eigen juridische systeem mee, dat beoogt alle aspecten van het leven te regelen. Voor veel moslims zijn dit Goddelijke regels, die boven door de mens gemaakte wetten staan. Of deze regels nu wel of niet verenigbaar zijn met onze grondwet speelt daarbij geen rol. De verantwoordelijke bestuurders zullen dit echter niet toegeven. Er heerst ook de angst een verkeerd standpunt in te nemen, hoewel hier al langer op gewezen wordt. Als deze correlatie al eerder was erkend, zou het gemakkelijker zijn geweest om het om te buigen. Maar blijkbaar ontbreekt die kracht en wordt de ingeslagen richting voortgezet, in de hoop dat allemaal niet zo slecht zal uitpakken. Als we niet nu eindelijk eens beginnen, zal de bevolking zich in toenemende van de politiek afkeren.

Citizen Times: De afstand tusen de politiek en de burger, de afkeer van politieke partijen, dat waren de slogans van de Piratenpartij in 2009. Tot voor kort was u in het bestuur van de Piratenpartij. Mijnheer Koenig, hoe komt het dat u de Piratenpartij de rug heeft toegekeerd?

Aaron Koenig: De Piratenpartij is inderdaad begonnen als een partij voor burgerrechten, in eerste instantie voornamelijk gericht op de digitale wereld. De Piraten hadden zich vanuit de kritiek op de politiestaat zeer wel tot een consequent liberale partij kunnen ontwikkelen, één die een frisse wind in de democratie brengt. “Piraten houden van vrijheid,” was een slogan waar ik mij erg toe aangetrokken voelde. Voor mij gaat het niet alleen over controle op dataverkeer, maar ook over de politieke islam dat al vele jaren een bedreiging voor de vrijheid vormt. Ik heb daarom met de Piraten een duidelijk standpunt ingenomen, zoals op mijn blog Politicool, maar heb ook in kranten zoals de Freitag en de Taz herhaaldelijk over dit onderwerp geschreven, wat soms tot grote verontwaardiging leidde. Toen was met de menigsvrijheid zelfs bij de Piraten al snel gedaan. Het feit dat de Piratenpartij niet echt duidelijke waarden heeft gedefinieerd — behalve dan op het gebied van databeveiliging en internetverboden — heeft ertoe geleid dat mensen met heel verschillende politieke opvattingen instroomden, met inbegrip van natuurlijk meer “politiek correcten” en socialisten dan liberalen. Zo komt men uiteraard niet tot een beter programma. De hype rond de Piraten is nu wat voorbij, zoals ook uit de teleurstellende verkiezingsuitslag blijkt in NRW. Maar de behoefte voor een “anti-partijen-partij” die voor de burgers en voor de vrijheid op de bres staat, is er nog steeds. We hebben een partij nodig die ook de heikele zaken, de taboe-onderwerpen oppakt, op basis van een liberaal, humanistisch wereldbeeld. De kwestie van de integratie is veel te belangrijk, dat mogen we niet aan rechtsextreme domkoppen overlaten.

Citizen Times: Hoe kunt u nu gezamenlijk met uw partij Die Freiheit welke niet-stemmer dan ook mobiliseren, als die door de gevestigde partijen juist zo teleurgesteld is?

Rene Stadtkewitz: Onze politiek zal zich in de eerste plaats orienteren op het gemeenschappelijk goed. Dit moet de focus zijn. Als bijvoorbeeld op het gebied van de inegratiepolitiek telkens weer van de zogenaamde mainstream gemeenschap verwacht wordt om in te schikken, is dat precies de verkeerde manier.
Iedereen die in dit land komt heeft de kans te aanvaarden wat er geboden wordt. Hoewel Duitsland zich erg heeft ingespanen in de afgelopen decennia, blijft het in de eerste plaats altijd de taak van degenen die naar ons komen om zelf vlot te integreren. Het kan niet zo zijn dat menig immigrant volledig vanzelfsprekend ons land binnenkomt en dan generaties lang door de collectieve verzekeringen wordt ondersteund.

Aaron Koenig: Wij willen meer directe democratie invoeren, zoals referenda, die dan vervolgens ook bindend zijn. Het is zondermeer onaccepabel dat de mensen ergens op stemmen en vervolgens de Senaat maar doet wat ze wil. Niet alleen op lokaal niveau, en dat van de deelstaten, maar ook op landelijk niveau zullen referenda mogelijk moeten zijn, zoals in Zwitserland. Democratie betekent: het volk regeert — dus niet de partijbonzen. Ik ben behoorlijk overtuigd van het fenomeen van de “Wisdom of Crowds“, die ontstaat wanneer veel mensen onafhankelijk van elkaar tot overeenstemming komen en hun verschillende levenswijsheden inbrengen. Als burgers weten: mijn opvatting wordt serieus genomen en er is geen Wowereit [Klaus Wowereit, socialistische (SPD) burgemeester van Berlijn] die dat kan overrulen, zal men ook meer bij het onderwerp berokken zijn. Zwitserland laat zien dat de directe democratie zeer goed kan fuctioneren. De politici kunnen het zich daar niet veroorloven om over de hoofden van de burgers heen te regeren. Zo hebben de mensen er verhinderd dat Zwitserland lid van de EU zou worden. Gezien de ontsporing van de EU in de richting van een gecentraliseerd soort “EUSSR”, is menig Zwitsers politicus die ooit vóór aansluiting was, nu waarschijnlijk blij dat het volk ze van deze vergissing heeft weerhouden.

Marc Doll: We richten een nieuwe partij op, omdat de anderen hun werk niet meer goed doen. Politici zijn immers gekozen door het volk, opdat zij de wil van het volk uitvoeren. De peilingen tonen aan dat de overgrote meerderheid heel anders denkt over veel aspecten van het huidige beleid — zie bijvoorbeeld over integratie, het EU reddingsplan, het EU-lidmaatschap voor Turkije. Politici gedragen zich vaak alsof ze samen met de mensen als gelijkwaardige partij aan tafel willen zitten om met hen een compromis uit te onderhandelen. Maar niet zelden stellen ze zichzelf boven de mensen en willen ze top-down disciplieren en opvoeden. Zulke dienaren, die wij zeker hebben, hebben zich verzelfstandigd en vormen hun eigen machtsblok, die over de soeverein [het volk] wil heersen. Dit is de omkering van de democratie. Onze partij streeft naar een échte democratie, een die die naam waardig is.

Rene Stadtkewitz: Ten eerste moeten we er nota van nemen dat de deelstaat-parlementen — en dat zal zeker in mindere mate ook voor de Bondsdag het geval zijn — nog niet eens de helft van het electoraat vertegenwoordigen. Dit betekent dat zelfs als alle partijen in het Parlement het eens worden, ze nog niet een meerderheid van de kiezers vertegenwoordigen. In Berlijn is dat tegenwoordig 46 procent van het electoraat. Dat alleen al moet ons tot nadenken stemmen. Het tweede is dat de taak die volgens de grondwet aan de partijen gegund is, namelijk aan het beslissingsproces van de mensen bijdragen, slechts één kant van het verhaal is. Maar er is ook nog iets anders. En dat is de taak om de wil van het volk in de politiek in te brengen. En dat gebeurt steeds minder. Daarom is het bijna onze maatschappelijke plicht ervoor te zorgen dat deze onbalans wordt gecorrigeerd.

Marc Doll: Het argument tegen referenda is altijd dat de mensen het niet zouden begrijpen, de samenhang zou veel te complex zijn. Maar het is juist een van de basistaken van de politiek om complexe vraagstukken helder aan de mensen voor te leggen. Aan wie dat niet kan, gaat niets verloren.

Citizen Times: Nu verwijt men juist de “rechts-populistische” partijen de mensen onder het voorwendsel van het gezonde verstand naar de mond te praten. Wat maakt jullie dan anders?

Aaron Koenig: Met de rechts-extremen, zoals de NPD of Pro Deutschland hebben wij geen overeenkomsten. Die mensen zijn niet tegen de politieke islam omdat zij voor vrijheid en democratie zijn, daar speelt eerder vreemdeligenhaat mee op de achtergrond. Het gaat ook niet over “Duitsland tegen de immigranten”, maar over “vrijheid tegen onvrijheid” — en dit geldt in gelijke mate voor inlanders als voor immigranten. Veel van de immigranten uit islamitische landen waarderen de vrijheid hier zeer, en delen onze kritiek op de politieke islam, denk maar aan dappere vrouwen zoals Necla Kelek, Serap Çileli of Seyran Ates. Dat zien rechts-extreme partijen natuurlijk heel anders, die hebben zelfs een probleem met gekleurde spelers in het nationale voetbalteam.

Rene Stadtkewitz: Voor ons draait alles om de kritiek op de politieke ideologie van de islam en niet het religieuze deel. Kritiek op de islam is niet meteen kritiek op de islam. Degenen die zich in dit onderwerp verdiept hebben zullen die verschillen snel herkennen. Kritiek op de islam is bij rechts-extremen relatief nieuw. In de kern hebben die niets tegen de fundamentalistische islam, zij werken zelfs samen met de fundamentalisten, zoals de Turkse Grijze Wolven. Zij delen de verwerping van Israël en zien de islam alleen in ons land als een probleem, de onmenselijke ideologie in andere landen ïnteresseert ze niet. Een onderscheid wordt meestal niet gemaakt.

Citizen Times: Wat is er dan op zich aan de hand met het verschijnsel Geert Wilders?

Rene Stadtkewitz: Geert Wilders en zijn partij hebben überhaupt niets van doen met rechts-extremisme. Voor onze standaarden overdrijft Wilders met sommige formuleringen en uitspraken, maar Wilders maakt een politiek dat in Nederland volledig begrijpelijk en beredeneerd is en bovenal geaccepteerd wordt. Nederland is van oudsher een zeer tolerant land, waar sinds lang het multiculturalisme wordt aangehangen. Door verschillende gebeurtenissen zijn ze uit hun slaap gerukt. De heldere politiek van Wilders leidt ertoe dat ook andere partijen in Nederland in beweging zijn gekomen. Zonder hem zouden ze rigide zijn gebleven. Dit is een prestatie van zijn beleid.

Citizen Times: Is Wilders’ Partij voor de Vrijheid een voorbeeld voor Duitsland?

Aaron Koenig: Wij zijn een onafhankelijke partij, niet een “filiaal” van de PVV. Berlijn is niet Amsterdam, en Nederland heeft een heel andere politieke cultuur dan Duitsland. We volgen echter met interesse wat er in Nederland gebeurt. Men is daar een paar jaar verder dan wij, na de schokkende moord op Theo van Gogh zijn veel voormalige taboe-onderwerpen openlijk ter sprake gekomen. Geert Wilders is een liberaal en heeft absoluut niets van doen met een Le Pen of Haider. Het is misleidend wanneer Duitse journalisten hem in één adem met deze mensen noemen. We zullen ons zeker op een andere manier uitdrukken dan Wilders en zijn het niet altijd met al zijn opvattingen eens, maar we kijken er wel zeer naar uit om hem op 2 oktober vragen te stellen, uiteraard, zeer kritische.

Marc Doll: Wilders is een democratisch gekozen afgevaardigde van een EU-land. Zijn partij is bij de verkiezingen van juni 2010 op twee na de grootste geworden, in de huidige peilingen ligt hij zelfs op kop. Men kan kwalijk stellen dat 15 procent van de Nederlanders ineens nazi’s geworden zijn. Hetzelfde geldt hier: Als 90 procent van de burgers het in principe eens is met Thilo Sarrazin, zijn dan dus bijna alle Duitsers ineens racistisch? Hier wordt het respect voor de wil van het volk volledig genegeerd. Men weigert te erkennen — om ideologische redenen, of misschien uit naïviteit — dat de wind gedraaid is, dat de mensen het niet meer nemen. Men probeert dan te brenger van de slechte boodschap te belasteren en mensen als Geert Wilders of Thilo Sarrazin te demoniseren en in de rechts-extreme hoek te zetten. Dat heeft niets meer van doen met een vrije, democratische en transparante samenleving.

Aaron Koenig: De actuele discussie over “racisme”, genen en erfelijkheid, gaat volledig voorbij aan de zaak. De islam is geen ras, maar is altijd tegelijk religie, cultuur en politieke ideologie geweest. Die moslims die nu beginnen dat uit elkaar te halen verdienen onze volledige steun. Iedereen moet gelukkig zijn in hun eigen manier van doen als het gaat om religie — zolang daarmee niet de vrijheid van anderen wordt beperkt. Maar als radicale islamisten in Duitsland de sharia willen invoeren en vrouwen behandelen als iets tweede-rangs, dan kunnen we dat in onze samenleving niet tolereren.

Rene Stadtkewitz: In feite is het zo dat alleen diegenen onder de islamitische immigranten voor wie de scheiding van kerk en staat iets vanzelfsprekends is, het lukt te integreren, zelfstandig te leven, en voor wie de sharia geen geldigheid heeft. Anderen die dat niet kunnen, lukt het niet te integreren. De parallelle gemeenschappen zijn dus structureel. Hier kunnen de regels van de sharia ongestoord van toepassig zijn. De invloed van de samenleving op deze gebieden is aan het verdwijnen. Degenen die geloven dat dit alles gedekt wordt door de vrijheid van godsdienst, zijn abuis. Als we proberen dit allemaal te begrijpen met onze kijk op religie, zullen we falen.

Citizen Times: Hoe wilt u dan concreet tegen de totalitaire politieke ideologie van de islam optreden? Is het Zwitserse minaretverbod of het Franse verbod op de burqa een voorbeeld voor Duitsland, en met name voor Berlijn?

Aaron Koenig: Ik denk dat een verbod slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zin heeft. Vrouwen-discrimierende kleding zoals de boerka en nikab is een duidelijke overtreding van artikel 3 van de grondwet, die de gelijkheid van mannen en vrouwen garandeert. Door de sluiering van de vrouw wordt deze gedegradeerd tot tweederangs burger en sex-object. Als een vrouw zich zo in privé, en geheel vrijwillig wil kleden, kan natuurlijk niemand dat verbieden. Maar als een man zijn vrouw of zijn dochter hiertoe dwingt, moet hij gestraft worden, want hij grijpt dan in de vrijheid van vrouwen in. In openbare gelegenheden zoals scholen, universiteiten en bij overheden denk ik dat een verbod van vrouwendiscriminatie de integratie bevordert. Een algemeen minaretverbod denk ik echter, is misschien niet zo effectief. Gevaarlijk zijn niet de gebouwen, maar het gedachtengoed dat er wordt gepredikt. Wanneer in een moskee mannen en vrouwen gelijk behandeld worden, en de Koran er gezien wordt als een werk van mensen, wiens gewelddadige passages vandaag niet lager meer gelden, dan mag een gemeente wat mij betreft een moskee bouwen met een grote minaret. Moskeeën waar haat wordt gepredikt tegen gelovigen van andere religies, moeten echter meteen gesloten worden.

Rene Stadtkewitz: Het cruciale punt is dat we eindelijk eens het debat gaan hebben, om uiteindelijk te bepalen in welke oplossingsmogelijkheden men zich kan vinden. Mijn voorstel is dat we heel helder integratie eisen. Dit betekent dat onze grondwet de minimale consensus is. Wat de concrete maatregelen betreft, zullen we erover moeten gaan nadenken hoe lang wij integratie-weigeraars nog qua sociale zekerheid kunnen ondersteuen. Wij zullen ook duidelijke eisen en termijnen moeten stellen en wanneer nodig, optreden. Deze druk veroorzaakt zeer waarschijnlijk een eigen dynamiek en kan een manier zijn om op de ene of de andere manier duidelijk te maken dat tolerantie niet grenzeloos is.

Marc Doll: Een eenvoudige maatregel is de leeftijdsgrens voor een immigrerende huwelijkspartner te verhogen, tot ongeveer 25 jaar. Want vanaf deze leeftijd waarop men in het Westen meestal nog helemaal niet aan het huwelijk denkt, zijn vrouwen in de islamitische cultuur al niet meer echt “huwbaar”. Normaal gesproken is het zo dat de tweede generatie immigranten al beter geïntegreerd is dan hun ouders, en de derde nog beter. Zie bijvoorbeeld de Vietnamezen, wier kinderen gemiddeld zeer goed presteren op school. In de Turkse immigranten-situatie is dat helaas vaak anders. Die willen doorgaans helemaal geen Turkse meisjes die hier zijn opgegroeid als vrouw, omdat zij te “verdorven” zijn. Men importeert dan liever analfabetinnen uit Anatolië, die geen Duits spreken, zich ondergeschikt maken aan de mannen en hun kinderen opvoeden zoals zij gewend zijn. Het gevolg is dat dan bijna altijd weer een quasi eerste generatie immigranten ontstaat. Daarom moeten we een puntensysteem invoeren voor immigranten, zoals in Canada of Australië, één die stelt: de hoogopgeleide ingenieur is van harte welkom, maar aan ongeschoolde werknemers heeft de Duitse industrie nu niet veel behoefte. En voor sharia-geleerden hebben we überhaupt geen plaats!

Rene Stadtkewitz: Thilo Sarrazin heeft voorgesteld dat men om een huwelijkspartner naar Duitsland te mogen halen, in staat moet zijn het eigen gezin en zichzelf te financieren. Dit is een voorstel waarvan wij denken dat het redelijk is. We moeten ook aan de invloed van organisaties als de DITIB [Tukse ovetheidsinstelling die o.a. Turkse moskeeën beheert] duidelijke grenzen stellen, omdat van Turkije in dit verband heel duidelijk een negatieve invloed uitgaat op de integratie. Maar er zijn ook andere landen die dat middels verbanden en verenigingen doen. We moeten elke organisatie afzonderlijk bekijken, en zien waar ze vandaan komen, wie er achter zit, en in twijfelgevallen uiteindelijk de samenwerking beëindigen.

Citizen Times: In de discussie over het boek van jeugdrechter Kirsten Heisig werd bekend dat de hoofdstad 4000 politieagenten tekort komt. Hoe zit het met onze binnenlandse veiligheid?

Marc Doll: Onder de rood-rode Senaat hebben de links-extremen alleen al vorig jaar hun strafbare feiten verdubbeld, het aantal geweldsdaden door links-extremen is zelfs verdrievoudigd. Gezien deze afschuwelijke cijfers, zou men denken dat optreden dringend nodig is, maar de minister van Binnenlandse Zaken Ehrhart Körting [SPD] ziet het anders. Hij wijst een overleggroep tegen het links-extremisme categorisch af, en dat terwijl vorig jaar op de eerste in mei opnieuw meer dan 400 politieagenten gewond raakten. De politie wordt aangemoedigd de-escalerend op te treden, dat wil zeggen dat ze alleen maar moeten toekijken. Deze beambten mochten niet eens te ingrijpen toen op 1 mei hun collega’s met gasgranaten werden aangevallen. Elke dag in Berlijn branden gemiddeld twee auto’s uit, en zelfs als de brandstichters op heterdaad worden betrapt, laat de rechter ze de volgende dag weer lopen. Hier ziet u een gelatenheid bij de politie, maar ook innerlijke woede. In de probleemwijken worden de beambten nu na zes weken vervangen, zodat ze niet op een bepaald punt doordraaien. Überhaupt durven politieagenten bepaalde straten gewoon niet meer in, tenzij met een heel eskader. De veiligheid is de verantwoordelijkheid van de staat, alleen die heeft het monopolie op geweld. Maar nu blijkt uit de peilingen dat de angst overheerst. Eén-derde van de Berlijners gaat niet meer met de metro, nog eens één-derde alleen overdag. Als de angst voor geweld de vrijheid zó inperkt, heeft de staat gefaald in haar taak. Het is daarom van essentieel belang om de politie te versterken, ze meer gezag toe te wijzen en het mogelijk te maken meer aanwezigheid te tonen.

Citizen Times: U gaat ook minstens wat veiligheidspolitiek betreft aan het rennen voor een sterke staat?

Aaron Koenig: Een sterke staat is zo’n cliche, wat is dat? De staat is een dienstverlenend bedrijf voor haar burgers, die aantal nadelen heeft, omdat het een monopolie betreft en het de neiging heeft inefficiënt en traag te zijn. De overheid moet zich daarom richten op de taken die het werkelijk beter doet dan particuliere bedrijven, zoals politie en justitie. En natuurlijk moet de politie hun job doen en goed werk leveren, dat is in het belang van alle burgers. In andere gevallen zal de concurrentie en het vrije ondernemerschap altijd leiden tot betere resultaten, overigens ook tot meer sociale rechtvaardigheid.

Citizen Times: Wat zijn uw posities op andere gebieden zoals het economisch-, sociaal- of milieubeleid?

Aaron Koenig: Ons programma is uiteraard nog niet klaar, we beginnen er nog maar net mee. Wij willen daarvoor doorgewinterde professionals en deskundigen uit alle sectoren van de economie en de samenleving uitnodigen om met ons samen te werken aan concrete politieke oplossingen. In principe kunnen we zeggen dat Duitsland op alle gebieden volledig over-gereguleerd is. De staatsbureaucratie heeft zch in veel te veel aspecten van het leven gemengd. Te veel regels, te hoge belastingen en de verplichte heffingen, smoren de creativiteit en schaden op lange termijn onze welvaart. Staatssocialisme en centrale planning hebben nooit gewerkt. Een vrije samenleving moet zoveel mogelijk een beroep doen op zelf-organisatie en op de vrije keuze van haar burgers. Wij oriënteren ons op de grote liberale denkers, zoals Ludwig von Mises en Friedrich August von Hayek.

Rene Stadtkewitz: Veel beslissingen worden natuurlijk op het landsniveau genomen. Maar we beginnen eerst hier eerst in Berlijn, en zullen sommige dingen — ongeacht mogelijke landelijke initiatieven voor verandering — niet meteen uitgevoerd krijgen. Toch er is nog veel in de deelstaten wat men kan doen voor meer vrijheid. Ook in de deelstaten worden altijd maar weer besluiten genomen die de wat kleinere ondernemingen behoorlijk pesten. Neem het voorbeeld de invoering van die omineuze milieu-zone, waarvan niet aangetoond is dat het op een of andere manier een verbetering zou zijn voor iets, maar wel een enorme ingreep betekent in de economie van vooral kleine bedrijven. Zoiets moet in de toekomst niet meer voorkomen.

Marc Doll: Wij willen ons als partij niet op elk gebied vastleggen aan starre posities. Wij maken ons zorgen over de basistaken van de staat, zoals integratie en veiligheid. Kortom, laat het volk beslissen welk beleid zij wil. Bijvoorbeeld over de EU-toetreding van Turkije. Daarbij is het toch eigenlijk irrelevant welke mening politici erover hebben. Uitbreidingen van de EU moeten in principe slechts mogelijk zijn met een EU-breed referendum, ongeacht of het nu gaat om Turkije, IJsland of Kroatië.

Aaron Koenig: Het onderwijssysteem is een goed voorbeeld, dat is zo duidelijk een zaak van de deelstaten. Hier moet de plan-economie door een onderwijsinstantie worden afgeschaft, scholen moeten de volledige vrijheid hebben om hun lessen te maken zoals zij dat nodig achten — inclusief de vrijheid om zelf leraren in te huren en te ontslaan. Onderwijs is in een grondstoffen-arm land de belangrijkste bron. Daar moeten we natuurlijk als samenleving in investeren, maar intelligent, en met zo weinig bureaucratie.

Rene Stadtkewitz: De Berlijnse Senaat heeft het onderwijs kapot gehervormd. Trefwoord JÜL (Jahrgangsübergreifendes Lernen; waarin groepen met verschillende leeftijden opgaan in “leergroepen” die bijvoorbeeld “sterrenkinderen” heten en waarin goede leerlingen sneller doorleren en trage leerlingen extra worden opgevangen), de samenvoeging van Haupt-, Real- en Gesamtschule. De vooruitzichten zijn voor zowel docenten als studenten slechter geworden en dat terwijl Berlijn het in nationale tests het al regelmatig slecht doet. De Senaat heeft heel hier duidelijk verzaakt.

Citizen Times: Volgens de regerende burgemeester Wowereit, is Berlijn “arm maar sexy”. Wat is uw visie op de hoofdstad als liberale partij?

Aaron Koenig: Rijk en sexy! Berlijn heeft veel toekomstpotentieel. Veel creatieve mensen uit alle hoeken van de wereld komen hierheen, want Berlijn is een van de stralendste steden in Europa. We moeten met grote stappen vooruitlopen met de ont-bureaucratisering, dan zal het ook weer meer bedrijven aantrekken die banen scheppen. Ik ben er voorstander van om toekomstbestendige vernieuwingen in het belasting- en sociale zekerheidssysteem in Berlijn uit te testen, alvorens het in het land wordt doorgevoerd. Een eenvoudige, eerlijke fiscaliteit en een stelsel van sociale zekerheid die niet tot misbruik uitnodigt, zou een enorme geest van optimisme en dynamiek los maken. Daarin kan Berlijn een voortrekkersrol voor het land vervullen.

Rene Stadtkewitz: Deze stad bruist steeds meer, ondanks het miserabele beleid van de Senaat, dat vaak meer een preventiebeleid is. Denk maar aan de sluiting van luchthaven Tempelhof. Toch heeft Berlijn een enorme hoeveelheid mogelijkheden, waar ook de omliggende gebieden in de deelstaat Brandenburg voordeel van hebben. Een marktvriendelijk vestigingsbeleid in combinatie met een wervingsconcept voor deze stad, met een blik op de schuldenlast en een hoge werkloosheid, is essentiëel.

———————————
[1] “Ik was verbaasd dat Geert Wilders, die een zeer hoge prijs voor zijn werk betaalt, ondanks dit alles nog niet zijn humor en zelfvertrouwen heeft verloren en ik ben vereerd hem te mogen verwelkomen in Berlijn. (…) Het deed mij goed te horen dat Wilders met name vol lof is over het werk van de Duitse islam-kritische blogs [zoals PI news] en het belang daarvan benadrukte voor een evenwichtige berichtgeving,” zei Rene Stadtkewitz bijvoorbeeld na een ontmoeting met Geert Wilders eerder dit jaar.

[2] Ronad Reagan: “U en ik worden verteld dat wij moeten kiezen tussen links of rechts, maar ik wil hier vaststellen dat er helemaal niet zoiets bestaat als links of rechts. Er is alleen alleen maar een weg omhoog, of een weg omlaag. Omhoog, naar de eeuwenoude droom van de mens om vrij te zijn in een evenwichtige omgeving — of omlaag, in de krioelende mierenenhoop van het totalitarisme.” [uit zijn speech “A Time for Choosing“]