De Salami-tactiek en het aan de PLO verslaafde Westen

By • on September 5, 2010

Overpeinzingen over bekwame salami-snijders

door Sarah Honig

Onder allerhande scherpslijpers – of het nu in het bedrijfsleven is, de partijpolitiek of geopolitieke machinaties – is sinds lang het “Salami-snijden” een even bekende als beruchte truc. Het is niet door de Arabieren uitgevonden in hun tactisch muterende maar strategisch consistente oorlog tegen de Joodse staat. Maar dat gezegd hebbende, zijn de Arabieren wél de ongeëvenaarde meesters in de toepassing van bedrog, terwijl de zelfbedriegende ruimdenkende Joden zich vrijwillig de rol van de ultieme valsspeler laten aanmeten. In een recent artikel schreef ik:

“dat terwijl Israël zich opeenvolgend uit haar posities terugtrok, de Arabische positie in al die tijd nog geen fractie van een millimeter was verschoven. Hun enige aanpassingen waren tactisch. In plaats van Israël in één klap uit te roeien (wat ze alleen maar niet gedaan hebben omdat het ze niet lukte), focussen zij zich op het aansnijden van de Israelische salami, plakje voor plakje, om het van strategische diepgang af te houden, het meer kwetsbaar te maken voor predaties en het middels demonisering en demoralisatie te eroderen. Het uitgangspunt daarbij blijft dat het bestaan van de ongewenste ‘zionistische entiteit’ in feite op zijn hoogst tijdelijk toegelaten wordt, maar dat deze entiteit dient in te krimpen en dat de Arabieren een recht hebben om het weg te spoelen.”

Ik was verrast – beter gezegd: verbaasd – door de stroom brieven die deze ene aliniea veroorzaakte. Wat voor mensen met zelfs maar een bescheiden mate van historisch geheugen voor de hand lijkt te liggen, is duidelijk in onze postmoderne tijden niet iets vanzelfsprekends. Veel lezers drongen met nadruk aan op een onderbouwende verduidelijking. Voor sommigen in deze tijd en dit tijdperk, kwam de terminologie op zichzelf nogal esoterisch over.

Daardoor ontstaat de noodzaak om uit te leggen dat de essentie van het salami-snijden in de figuurlijke zin iets kleinschaligs is, iets ogenschijnlijk onschuldigs en losgekoppeld van acties die – los van elkaar gezien – inconsequent lijken.

Zwendelaars, dieven en oplichters bijvoorbeeld, zijn bedreven in het afschrapen van schijnbaar onbeduidende bedragen in regelmatig terugkerende transacties. In eerste instantie heeft niemand die “verwaarloosbare” verliezen in de gaten. Na verloop van tijd echter, stapelt zich dit op tot een aanzienlijk bedrag.

In de politiek werd de salami-tactiek op schandelijke wijze toegepast door door de Sovjets om communistische regimes in het zadel te helpen in post-WO II Oost-Europa. De nieuwe overheersers begonnen plakje voor plakje de politiek te domineren van de landen die onder hun controle stonden, tot de hele worst verslonden was.

De salami kwam inderdaad in het politieke lexicon terecht, met égards aan Matyas Rakosi, de stalinistische marionet in Hongarije die in de late jaren ’40 de methode die zijn partij toepaste, omschreef als szalámitaktikasalami-tactiek. Rakosi manoeuvreerde de oppositie tegen hem zodanig dat eerst plakjes van diens rechtse flank afgesneden konden worden om vervolgens het mes in het centrum te zetten. Al snel bleven alleen communistische collaborateurs over.

Het is daarom dan ook bijzonder verhelderend om te beseffen dat het niemand anders waren dan de Sovjets, in dit geval via hun Roemeense proxies, die in de jaren ’70 intensief Yasser Arafat en zijn trawanten hebben geïnstrueerd in de onbetwistbare voordelen van het gecalculeerd plakjes snijden.

In zijn boek uit 1987, Red Horizons[1], onthulde Ion Mihai Pacepa, de voormalige chef van de Roemeense “Securitate” (veiligheidsdienst van de Socialistische Republiek Roemenië) in detail de door Moscou-gesteunde samenzwering om Arafat in het Westen te “integreren” en om hem van terrorist tot staatsman “te promoveren”. Pacepa was instrumenteel in het heruitvinden van Arafat en de zogenaamde Palestijnse strijd, als revolutionaire noodzakelijkheid.

In 1978 werd Pacepa de hoogst geplaatste Sovjet-blok overloper ooit. De Amerikanen namen drie jaar de tijd om hem uit te horen, zo overvloedig en waardevol bleken zijn gegevens. Onder meer onthulde Pacepa dat de Roemeense despoot Nicolae Ceausescu door het Kremlin was toevertrouwd met het “face-liften” van Arafat’s imago en hem een “beter te accepteren tactiek” in te prenten.

Ceausescu arrangeerde ook een maandelijkse toelage voor Arafat van $ 200.000,- waarmee hij bijdroeg aan de uiteindelijk meer dan 300 miljoen dollar die Arafat aan de kant kon zetten in zijn Zwitserse spaarpot (toen de dollar er nog onvergelijkbaar veel beter voor stond).

Het intrigerende boek Red Horizons staat pagina na pagina vol met Ceausescu’s aansporingen aan zijn beschermeling Arafat om te “te doen alsof hij met het terrorisme zou breken”.

Het Westen zal het prachtig vinden… Blijf telkens doen alsof… Het is net zoiets als cocaïne… Het Westen kan zelfs weleens verslaafd gaan raken aan u en uw PLO.

Hoe profetisch.

Ceausescu gaf Arafat de respectabiliteit “om met één streek alle Amerikaanse voorwendsels om u heen te isoleren, broeder, weg te wissen. Wat ik van u wil is meehelpen de indruk te wekken dat ik de enige ben die invloed op u kan uitoefenen.”

Middels het manipuleren van Arafat, trachtte Ceausescu zijn eigen imago op te poetsen als een onmisbare bemiddelaar. Hij streefde ernaar om een bevoorrechte positie in Europa en Amerika te verwerven, en hoopte zelfs ooit een Nobelprijs te krijgen. Niet dat Arafat gemakkelijk te overtuigen was. Zelfs een geveinsde matigheid zou zijn patriottische geloofsbrieven al kunnen aantasten. Maar Ceausescu verzekerde hem:

U kunt er zoveel agenten op nahouden als u wilt, zolang ze maar niet publiekelijk aan u gekoppeld worden of met uw naam in verband worden gebracht. Dezen zouden wereldwijd eindeloze operaties kunnen uitvoeren, terwijl uw naam en “regering” van iedere blaam verschoond kan blijven, klaar voor onderhandelingen.”

In detail onthult Pacepa de uitgebreide misleiding die in Boekarest werd geperfectioneerd en met nauwgezette kwaadaardigheid toegepast. Wat het bovenal geloofwaardig maakt is dat het geen post factum openbaring is, aangevuld met wijsheid achteraf. Zijn tips over de voorgekookte judassreek werd zes jaar voor “Oslo” [de Oslo accoorden] gepubliceerd.

Pacepa verhaalt van Arafat’s vroegste successen in de marketing van zijn zogenaamd hervormde persona. Eerst werden Bruno Kreisky [socialist, Oostenrijks kanselier 1970-1983] en Willy Brandt [socialist, West-Duitsland’s kanselier, 1969-1974] bedrogen. Tegen de tijd dat Shimon Peres [eveneens socialist, toen minister van Buitenlandse Zaken] Israël onder het PLO mes schoof in Oslo, werd de sinistere pose van Arafat bekroond met een nog groter succes dan waar hij van had kunnen dromen.

Het meest verbazingwekkend van dit alles is het feit dat Arafat weinig moeite heeft gedaan om zijn doelstellingen te verhullen. Al in zijn toespraak voor moslims op 10 mei 1994 in Zuid-Afrika kraaide Arafat met trots dat Oslo een list was, zoals de frauduleuze zevende eeuwse wapenstilstand van Kureish om de opstandige joodse stam te sussen in zelfgenoegzaamheid, tot de gelegenheid voor de aanval zich als vanzelf voordeed, en de opstandige joden werden afgeslacht.

Alsof DAT al geen overduidelijk geval van een salami-tactiek was, deed het zich onmiskenbaar voor op 1 Jauari 1996 (al diep in het Oslo-fiasco), toen de veel beklaagde “prins van de vrede” in Stockholm een toespraak hield voor Arabische diplomaten. De Nobelprijs voor de Vrede laureaat oordeelde dat het “vredesproces” onvermijdelijk zou moeten leiden tot Israël’s ondergang.

Wij Palestijnen zullen alles overnemen, met inbegrip van alles van Jeruzalem,” juichte Arafat. “Peres en Beilin hebben ons al de helft van Jeruzalem beloofd.

Volgens Arafat hing de instorting van Israël af van de inspanningen van de PLO “om Israël psychologisch in twee kampen te splitsen” …

We zijn van plan om de staat Israël te elimineren en er een puur Palestijnse staat te stichten. We zullen het leven voor de joden ondraaglijk maken door psychologische oorlogsvoering en een massale toestroom van Arabieren.”

Met andere woorden, Arafat beloofde salami te gaan snijden… Er was nooit veel opschudding over Pacepa’s onthullingen over de oorsprong van de Palestijnse krijgslist. Zelfs in de pre-Barack Obama periode had de internationale gemeenschap geen interesse om er kennis van te nemen. In het ultra-geradicaliseerde Obama tijdperk, is salami-snijden verheven tot een gesanctioneerd sacrament.

Het is dus meer dan ooit belangrijk voor de immer krimpende gelederen van mensen met een nog altijd gezonde achterdocht tegenover de overdreven behendige salami-snijders, om eraan te herinneren dat Pacepa – die met meer dan één onguur personage van doen heeft gehad – Arafat beschouwde als de smerigste schurk die hij ooit ontmoet had, iemand die “in iedere zin liegt, en de volgende dag ontkent wat hij de dag ervoor beloofd heeft.

Arafat’s gecultiveerde assistent/understudy was Mahmoud Abbas, die in Ramallah nu Arafat’s mantel heeft aangetrokken en net als zijn voorganger nu plakjes salami voert aan een vraatzuchtige wereld, daarbij tegelijkertijd de pose aannemend van een beklagenswaardige underdog en kranige altruïst…

—————————
Dit is een vertalig van “Another Tack: Musings on skillful salami-slicer” van Sarah Honig.

1. Lt.Gen. Ion Mihai Pacepa, “Red Horizons: The True Story of Nicolae and Elena Ceausescus’ Crimes, Lifestyle, and Corruption“; Regner Gateway, Washington DC 1987.