Islam is zowel religie als politieke ideologie

By • on August 3, 2010

Onderstaand artikel is geschreven door Kent Ekeroth, de internationaal secretaris van Sverigedemokraterna (Zweedse Democraten), een conservatieve en Eurosceptische partij die grote kans maakt dit najaar, ondanks de kiesdrempel, in het Zweedse parlement gekozen te worden. Ekeroth schreef een reactie op een artikel dat verscheen op de website Axess, een conservatief Zweeds tijdschrift, waarin kritiek werd geleverd over de wijze waarop Robert Spencer sprak over de dreiging van de Islamitische Jihad [zie ook “Robert Spencer in Sweden“]. Hetgeen Ekeroth hier aansnijdt is precies het thema wat het (nog te formeren) kabinet Rutte (of -Opstelten?) openlaat als één van de “vrije kwesties” (brief van informateur Lubbers; pdf).[1]

Gaan we onze tijd verdoen aan een debat over het debat?

door Kent Ekeroth

Anna Ekström publiceerde onlangs een artikel op Axess over de visie van mij en de Zweedse Democraten over de islam, naar aanleiding van de deelname van de islam-expert Robert Spencer aan de Zweedse politieke week in Almedalen op het eiland Gotland. Maar het debat zou eigenlijk moeten gaan over de vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat men begrijpt dat de politieke aspecten van de islam tot eenzelfde ideologische categorie behoren als het nazisme? Als Anna Ekström, Johan Lundberg of iemand anders dit debat wil aangaan, ben ik, en andere Zweedse Democraten, uiteraard bereid om daar aan deel te nemen.

Onlangs nog, is onder de Zweedse bevolking een onderhoudend maar tamelijk irrelevant pseudo-debat gevoerd over het al dan niet vermeend zijn van de standpunten van Ayaan Hirsi. Een dergelijke discussie lijkt mij niet interessant, aangezien het niet gericht is op een maatschappelijke discussie over culturele, politieke en aanverwante wezenlijk belangrijke onderwerpen: het debat ging over het al dan niet vermeend zijn van de standpunten van een derde. Anna Ekström probeert nu een soortgelijk pseudo-debat aan te zwengelen over Robert Spencer. Net als dat Ayaan Hirsi Ali haar eigen opvattingen uiteen kan zetten, kan Robert Spencer dat ook met die van hem. Als Anna Ekström hier iets over te vragen heeft, moet ze Spencer maar aanschrijven. Ik heb niet de behoefte om zijn opvattigen te gaan verdedigen. In plaats daarvan stel ik voor om ons te richten op een debat over de islam en het islamisme, iets waar de lezers redelijkerwijs meer belang bij zouden moeten hebben.

Een paar opmerkingen: Zeker, er zijn moslims die vreedzaam zijn, en jazeker hebben zij het recht om hun geloof in de privé-sfeer te belijden. Maar er zijn ook moslims die niet vreedzaam zijn, die in naam van hun God bereid zijn om te moorden en hun leven wijden aan de omvorming van de samenleving naar de politieke richting die gecodificeerd is in de islamitische wet, de Sharia. Er is helemaal niets tegenstrijdigs in het stellen dat er vreedzame moslims zijn en dat er ook gewelddadige en intolerante moslims zijn die dezelfde religie aanhangen als hun vreedzame medegelovigen.

In feite is het heel eenvoudig: een religie is een stelsel van regels (normen en waarden), en in het geval van de islam is het zelfs een stelsel van wetten. De islam is zowel religie (theologie) als politiek — en die politiek is een onderdeel van de Sharia, die werkelijk alles reguleert; van successierecht en echtscheiding tot wetten die van toepassing zijn in oorlogstijd (een willekeurig voorbeeld: het onthoofden van gevangenen is rechtmatig, omdat ook Mohammed zijn krijgsgevangenen onthoofdde – veel beters dan dit is het niet).[2]

Ieder aspect van het leven van de mens wordt gedekt door de Sharia. Elke moslim is vrij om de Sharia te negeren, en de moslim die dit doet negeert dus de politieke aspecten van de islam en richt zich op de beleving van God, of zoals Johan Lundberg het formuleert “een transcendente ontmoeting met een godheid”. In hetzelfde artikel wijst Lundberg erop dat de islam kan worden gezien als “synoniem met een reeks van wetten en juridische zaken die meestal niet verenigbaar zijn met de Zweedse samenleving van de 21ste eeuw”. En dit is correct opgemerkt: de wetten waar Lundberg het over heeft, de Sharia, passen nu eenmaal niet in een moderne, beschaafde, seculiere samenleving.

Die wetten zijn intolerant, discriminerend voor vrouwen en niet-moslims, leggen geweld op tegen niet-moslims en kennen onmenselijke lijfstraffen voor “misdaden” die in wezen geen misdaden zijn. Een wet die de doodstraf oplegt voor ongelovigheid is het niet waard “wet” genoemd te worden: het is eerder een vorm van barbarij. Deze wetten echter hebben hun oorsprong in de islam; dus het stelsel van theologische leerstellingen en wetten die in de loop van de tijd door de ulama en fuqaha gecodificeerd zijn, en zelfs vandaag de dag door de “religieuze elite” als normatief beschouwd worden, hebben een vergaande invloed op het debat onder niet-moslims.

En dit is waar de schoen wringt: het probleem wordt niet zozeer gevormd door moslims die volkomen voorbijgaan aan een centraal onderdeel van de islam (hier laat ik een aantal algemene problemen die zich voordoen in een multicultuur even achterwege), namelijk de Sharia; maar door de moslims die de islam en dienovereenkomstig de Sharia, wél serieus nemen en zich inspannen hun omgeving te doen aanpassen aan de normatieve orthodoxie van de islam. Het is hier waar we de scheiding kunnen aanbrengen tussen de gewone moslims en de zogenaamde “islamisten”: beide groepen moslims volgen dezelfde profeet, lezen dezelfde teksten en raadplegen dezelfde religieuze elite voor richtinggeving. Maar zodra de Sharia om de hoek komt kijken, komen de bepalingen van de godsdienstvrijheid in het geding uit het 9e artikel van het Europees Verdrag van de rechten van de mens.

Het is belangrijk op te merken dat, zelfs indien er moslims zijn die de Sharia niet serieus nemen, dit niet betekent dat de Sharia geen deel uitmaakt van de islam. De islam en moslims zijn niet per se één en hetzelfde maar zolang de islam is wat het is, ofwel inclusief de Sharia, zullen moslims het serieus nemen.

Degenen die de politieke aspecten van de islam in praktijk proberen te brengen — en doorgaans “islamisten” genoemd worden — vallen niet onder de bescherming die de vrijheid van godsdienstuitoefening de gelovigen biedt. Als men oprecht onze fundamentele mensenrechten [en democratische rechtsstaat] in bescherming wil nemen is het juist meer dan noodzakelijk zich te verzetten tegen de politieke islam. Het islamitisch recht bijvoorbeeld, gebiedt de doodstraf voor degene die de islam verlaat. Tegelijkertijd is het recht om van religie te veranderen (cq afvalligheid) juist onderdeel van de VN-verklaring van de rechten van de mens. Hier komen twee juridische systemen rechtstreeks met elkaar in conflict. Voor mij is het duidelijk welk systeem prevaleert: in een conflict om de fundamentele rechten van de mens – rechten die dus door de Sharia ontzegd worden – zal de Sharia altijd de verliezer zijn, zonder enige aarzeling. Eigenlijk zou het niet nodig moeten zijn om uit te leggen waarom dat zo is, maar degene die nog steeds in wonderen gelooft mag aangeraden worden eens goed na te gaan waarom “islamisten ” en jihadisten in de hele wereld doen wat ze doen.

Want deze groepen zijn opmerkelijk bereidwillig in het uieenzetten van wat ze motiveert: de Sharia, en dus de islam. Al-Qaeda pretendeert een defensieve jihad te voeren, wat volgens de Sharia een religieuze plicht is wanneer de islam wordt aangevallen of onderdrukt door niet-moslims. Al-Shabaab laat bommen in restaurants exploderen en spit de graven van Sufi’s om, omdat ze voor de Sharia vechten. De Taliban executeert onschuldige mensen in hun ambitie om de Sharia in Afghanistan te vestigen, enzovoort, enzovoort. Deze groepen zijn jihadisten — zij nemen de wapens op en moorden in naam van Allah, aangezien zij de islamitische wet serieus nemen.

Hun ideologische verwanten, de “democratische islamisten” in organisaties als de Moslim Broederschap, passen geen direct geweld toe, maar hebben wel precies hetzelfde doel: ze werken toe naar de dag waarop de islamitische wet zal prevaleren in de samenlevingen waar zij deel van uitmaken. Een intern document (pdf) dat als bewijsstuk was ingebracht in het “Holy Land Foundation”-proces in de VS, maakt het doel van de Moslim Broederschap duidelijk. Citaat:

4 -Voor het goed begrijpen van de rol van de Moslim Broeder in Noord-Amerika:

Het proces van vestiging [of “kolonisering”; in niet-moslim landen –vert.] is een “jihadistisch beschavingsproces” in alle betekenissen van het woord. De Ikhwan moet begrijpen dat hun werk in Amerika een soort van grootse Jihad is voor het van binnenuit elimineren en vernietigen van de westerse beschaving en haar miserabele “huis”, het met hun handen en de handen van de gelovigen te saboteren zodat het geëlimineerd wordt en Allah’s huis zal zegevieren over alle andere religies. Zonder die staat van begrip, zijn we niet klaar voor deze uitdaging, en hebben we ons niet ingesteld op de Jihad. Het is het lot van de moslim om de Jihad te voeren waar hij zich ook bevindt en waar hij ook terecht mag komen als het laatste uur geslagen is, en aan dat lot kan niet meer ontkomen worden, behalve door degenen die ervoor kozen om lui te zijn. Maar zouden de luilakken en de Mujahideen gelijk zijn(?).

De Moslim Broederschap is vele malen gevaarlijker dan al-Qaeda en soortgelijke Jihadi-organisaties, aangezien het zich als vreedzam voordoet. Hun Europese overkoepelende organisatie, FIOE, heeft prominente contacten in Zweden, bijvoorbeeld Abdirisak Waberi, een parlementskandidaat voor de Gematigde Partij [“Moderata samlingspartiet”]. In het voorjaar van 2008 werden zij uitgenodigd voor een conferentie in het Zweedse parlement met het thema “Vrijheid van godsdienst en -meningsuiting”. De gastheer van dit evenement was Mehmet Kaplan [van de Zweedse “Groenen”, voormalig voorlichter van de Young Muslims of Sweden, een afdeling van de Moslim Broederschap; Kaplan was aanwezig op de terreurboot Mavi Marmara van de Gazavloot(3)]. Dus hier hebben we een geval waar vertegenwoordigers van de organisatie wiens ideologische voorganger Sayyid Qutb is (die het moderne jihadisme inspireerde)[4] worden uitgenodigd om in het Zweedse parlement de vrijheden en rechten te bespreken die juist worden ontkend door de wetgeving waar deze organisatie voor lobbyt: de Sharia.

En het is hier waar de schoen wringt: Wat precies doen de Zweedse moslims om deze “ijverige ambities” van islamisten “om invloed te verkrijgen” aan te pakken? Tot dusverre heb ik niets van zulke inspanningen gemerkt, niets van bijvoorbeeld de Young Muslims of Sweden of de Fredsagenterna (Vredebevorderaars), om te voorkomen dat islamisten als Waberi in het Zweedse parlement belanden. De vraag rijst hierbij: als deze organisaties vrede en tolerantie propageren, waarom treden ze dan niet op tegen de islamisten? Eén ding is zeker: absoluut de beste manier om op de “lauwe” houding van veel Zweedse niet-moslims tegenover de islam te reageren, is om tegen de politieke islam op te staan, tegen de Sharia zelf, en de jihad in de zin van “de heilige oorlog omwille van Allah”. Als moslimorganisaties, die zich nu inspannen om de niet-moslims van het feit te overtuigen dat de islam een religie van vrede is, in plaats daarvan zich energiek zouden richten tegen het zogenaamde “islamisme”, zouden zij ook niet zoveel moeite hoeven doen om hun boodschap aan niet-moslims te verkopen. Maar in plaats daarvan behandelen ze kritiek op organisaties als Zweden’s “Jonge Moslims” met het roepen van “Islamofobie!”, wat in werkelijkheid dan moet worden opgevat als “Hou je mond!”. Een dergelijke tegenwerping (met “Islamofobie”) is veel te simplistisch en verre van overtuigend.

Laat mij het samenvatten: het recht van de individuele moslim om in prive zijn godsdienst te belijden wordt gewaarborgd door de vrijheid van godsdienst. De individuele moslim gedraagt zich niet “van nature” op een bepaalde manier — hij kan immers ervoor kiezen om de boodschap van geweld – dat een onvermijdelijk onderdeel vormt van de Sharia en dus van de islam – te negeren, maar hij kan er ook voor kiezen hierin volgzaam in te zijn. Maar het ervoor kiezen om niet het decreet van de islam te volgen, betekent nog niet dat deze decreten niet bestaan – de Jihad in de betekenis van de heilige oorlog met het oog op de invasie van niet-islamitische staten en de vervanging van hun wetten met een islamitische suprematie in de vorm van de Sharia (wat niet hetzelfde is als verplichte bekering), is onderdeel van het islamitisch recht en is bevolen door alle wetscholen in de islam. Al-Qaeda en de Taliban stellen bijvoorbeeld dat zij Jihad voeren om de islam te verdedigen — doen zij dan iets verkeerds volgens de islam?

Die moslims die ervoor kiezen deze wetgeving aan te hangen en te implementeren zijn islamisten, en het project waar zij in betrokken zijn is precies tegenovergesteld aan de vrijheid en de rechtsstaat waar onze samenleving op is gebaseerd. De politieke aspecten van de islam vallen niet onder de vrijheid van godsdienst, en kunnen het beste worden aangepakt door middel van een verbodsbepaling: verbied de Sharia en leg een ban op aan islamistische organisaties als de Moslim Broederschap. Er is geen ruimte voor islamisten op het politieke toneel van de Westerse wereld van vandaag. Daar waar de islamisten de politieke aspecten van de islam hebben weten te implementeren, is het noodzakelijk om deze te bekritiseren — en dan bekritiseer je vanzelfsprekend de islam, want de Sharia is nu eenmaal een centraal onderdeel van de islam. Kritiek op de islam is van belang om de oplossing te vinden voor zowel het zogenaamde “islamisme” als het jihadisme. Dat de ideologie de drijvende kracht is achter deze bewegingen is onweerlegbaar, ook als u er niets van begrijpt.

Het enige debat dat wij moeten voeren over de vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat men begrijpt dat de politieke aspecten van de islam tot eenzelfde ideologische categorie behoren als het nazisme. Als Anna Ekström, Johan Lundberg of iemand anders dit debat wil aangaan, ben ik, en andere Zweedse Democraten, uiteraard bereid om daar aan deel te nemen. Is er iemand die de handschoen wil opnemen? Of zullen we doorgaan onze tijd te verdoen aan een debat over het debat?

—————————
Dit is een vertaling van “Islam is both theology and-politics” door Kent Ekeroth, parlementskandidaat voor de Zweedse Democraten, dat met een korte inleiding van Baron Bodissey verscheen op Gates of Vienna. Zie voor de oorspronkelijke Zweedse tekst op politisktinkorrekt.info

1. Mark Rutte (op “standpunten VVD): “Wij geloven namelijk in het debat. In het geweldloze gevecht met woorden. Wij geloven dat je daar sterker van wordt. Door een fel debat te voeren, leer je verder te kijken dan je neus lang is. Onze geschiedenis zit vol provocateurs die ons verder brachten. Van Willem van Oranje tot Erasmus. Van Spinoza tot Ayaan Hirsi Ali. Van Wim t. Schippers tot Robert Long. Van Fokke tot Sukke. Beledigen kan dus nuttig zijn. De discussie moet soms opengebroken worden.” Ook stelt hij dat “de VVD-inzet erop [is] gericht de moskeeën, die volgens de AIVD de bron zijn van de radicalisering, te verbieden… radicale imams die al in Nederland zijn en een bedreiging vormen voor de openbare orde, moeten worden uitgezet.” Wat Mark Rutte betreft “beperkt de invloed van islam zich tot ‘couscous eten’ … het kan niet zo zijn dat wij concessies doen op basiswaarden, zoals de gelijkwaardigheid van vrouwen of homo’s” [bron].

2. De grote islamgeleerde Snouck Hurgronje schreef hierover: “Het geheel van wetten die, volgens de Islâm, de verhoudingen zouden moeten regelen tussen gelovigen en ongelovigen, is de meest consequente uitwerking denkbaar van een mengsel van religie en politiek in hun middeleeuwse vorm. Dat diegene die de materiële macht heeft tevens de geest moet domineren wordt als een vanzelfsprekendheid aanvaard, de mogelijkheid dat aanhangers van verschillende religies samen kunnen leven als burgers van dezelfde staat en met gelijke rechten is uitgesloten.” De islam-historicus Jacob Burckhardt stelt: Alle religies zijn exclusief, maar de islam is dat bij uitstek. Deze ontwikkelde zich onmiddellijk tot een staatsvorm die versmolten is met de eigen religie. De Koran is daarvan het spirituele en seculiere wetboek. Diens statuten omvatten alle terreinen van het leven… en blijven vaststaand en onvervormbaar; de bijzonder bekrompen Arabische geest dringt zich op aan vele andere volken en kneedt ze dan voorgoed naar haar eigen vorm (een totale, allesomvattende spirituele gevangenschap!).
Geert Wilders zei over de zowel religieuze als politieke islam in een interview (2009): “Ik heb helemaal niets tegen deze mensen. Ik heb beslist ook geen hekel aan moslims. Maar de islam zelf is een totalitaire ideologie. Het reguleert ieder aspect van het leven — de economie, het familierecht, noem maar op. Het kent religieuze symbolen, een God en een boek — maar het is daarmee nog geen religie. Het zou eerder vergeleken kunnen worden met totalitaire ideologieën als het communisme of het fascisme. Er is geen enkel land waar de islam domineert dat tevens een echte democratie is, met een echte scheiding tussen kerk en staat. De islam is volkomen in strijd met onze normen en waarden.”

3. Zie ook ter aanvulling: “Pro-Gazavloot demonstratie: “Hitler, ons geduld raakt op”

4. Ahmed Marcouch, tweede kamerlid voor de PvdA, laat zich door Sayyid Qutb inspireren: “wat Qutb bedoelde, is dat hij de echte islam, de islam van sociale gelijkheid en gerechtigheid, niet meer in de samenleving herkende. Dat is in wezen een verlichte opvatting.” Marcouch ziet de bouw van nieuwe moskeeën als “een teken van integratie”. Thomas Haidon echter stelt: “De geschriften van de 20e eeuwse islamitische ‘vernieuwers’ (Hasan Al’Banna, Sayyid Qut’b, Abi Al’a Al Mawdoudi en [de nazi-oorlogsmisdadiger] Haj Amin Al Husseini) tonen een benadering die overeenkomt met het fascisme. Wanneer men de geschriften en leerstellingen bestudeert van deze personen die in de islamitische wereld gevierd worden, en de ideologische basis vormen van het volledige scala aan islamitische organisaties en bewegingen, van de Ikwan tot aan Hamas en Al’Qaeda, is er geen misverstand mogelijk over de overeenkomsten en gemeenschappelijke kenmerken met het fascisme van Giovanni Gentile of Carl Schmitt, met name het dédain voor de democratie en de fundamentele rechten van de mens, ten gunste van de rechten van het collectief.”

Comments

By B.S.Taysin on August 5th, 2010 at 16:09

Bedoeld om een voorbeeld aan te nemen, want er wordt een tikkeltje teveel gedebatteerd.
http://www.hetvrijevolk.com/?pagina=11666

Trackbacks