Geert Wilders en de totalitaire islam

By • on November 2, 2009

Door Andrew Bostom

Jacob Burckhardt en Robert Conquest: Groten in de westerse geschiedschrijving die de waarheid durfden te vertellen.

Tijdens een boeiend en onderhoudend interview met Jeff Jacoby van de Boston Globe (8 maart 2009), legde de Nederlandse parlementariër Geert Wilders de zenuwen van deze “mainstream” conservatieve journalist bloot met de volgende openhartige karakterisering van de Islam:

Ik heb helemaal niets tegen deze mensen. Ik heb beslist ook geen hekel aan moslims. Maar de islam zelf is een totalitaire ideologie. Het reguleert ieder aspect van het leven — de economie, het familierecht, noem maar op. Het kent religieuze symbolen, een God en een boek — maar het is daarmee nog geen religie. Het zou eerder vergeleken kunnen worden met totalitaire ideologieën als het communisme of het fascisme. Er is geen enkel land waar de islam domineert dat tevens een echte democratie is, met een echte scheiding tussen kerk en staat. De islam is volkomen in strijd met onze normen en waarden.

Wilders bleef volhardend en ontkrachtte alle pogingen van Jeff Jacoby om de simplistische antithesis “radicale islam is het probleem” en “gematigde islam is de oplossing,” erbij te slepen. Deze versleten mantra’s — die sinds een jaar of tien voordurend naar voren gebracht worden zonder ook maar een sprankje van ondersteunend bewijs — wordt ook al onderuitgehaald door harde gegevens uit bevolkingsonderzoeken, bijvoorbeeld die van 2006/2007 en van 25 februari 2009.

De overgrote meerderheid, meer dan twee-derde zelfs volgens een zorgvuldig uitgevoerd onderzoek onder de islamitische populatie van de belangrijkste en dichtstbevolkte Arabische en niet-Arabische moslim landen, willen de volgende alarmerende, gematigde eisen gerealiseerd zien: “strikte toepassing van de Shari’a, de islamitische wet, en een wereldwijd Kalifaat.”

Met name de enquête [pdf] van World Public Opinion.org en de Universiteit van Maryland (25 februari 2009) laat van onze voormalige bondgenoten Egypte en Pakistan de volgende cijfers zien:

Van de moslims in het “gematigde” Egypte, de grootste Arabische islamitische natie, wil 81% een “strikte toepassing van de shari’a”; 76% van de Pakistaanse moslims, die tot de meest belangrijke en omvangrijke niet-Arabische moslim-populatie behoren, willen dit ook: een “strikte toepassing van de shari’a”.

Bovendien wil 70% van de Egyptische moslims en 69% van de Pakistaanse moslims de wederopstanding van “één grote islamitische staat,” ofwel een wereldwijd Kalifaat. Ik heb eerder al in detail de consequenties van deze Islamitische verlangens beschreven zoals die naar voren komen uit de historische toepassing van hun doctrines.

De heer Jacoby en zijn soort blijven maar stug volharden in hun vroomheid. Dit ondanks Wilders’ scherpzinnigheid, waarmee hij compacte opvattingen over de hedendaagse realiteit zorgvuldig weet te articuleren en daarbij blijk geeft van zijn kennis van baanbrekende inzichten van grote geleerden met betrekking tot de islam, wiens werk de huidige morbide besmetting door het cultureel relativisme ver acher zich laten.

Burckhardt_1Jacob Burckhardt (1818-1897), een icoon in de annalen van de westerse geschiedschrijving, stelde dat het de belangrijkste plicht van erfgenamen van de Westerse beschaving was om hun eigen unieke culturele erfenis te bestuderen en te onderkennen. Beginnend met de cultuur en het erfgoed van het klassieke Athene.

Burckhardt benadrukte hoe de westerse opvatting van de vrijheid zijn oorsprong vond in het klassieke Athene, waar haar bloei gepaard ging met de totstandkoming van sommige van de de meest sublieme literaire en artistieke werken uit de geschiedenis. Bovendien, terwijl Burckhardt het bevoorrechte karakter van vrijheid benadrukte en de gelijkheid voor de wet voorstond, wees hij het heden ten dage alomtegenwoordige en harndnekkig volgehouden dogma af, dat alle levenswijzen, meningen en overtuigingen gelijkwaardig zouden zijn. Burckhardt stelde dat deze reductio ad absurdum [een bewijs uit het ongerijmde] de westerse cultuur zou vernietigen en de barbarij doen zegevieren. En met “volkomen tegengesteld aan de westerse erfenis van Athene, benadrukt door vrijheid,” doelde Burckhardt op de islam, als een despotische — in eigentijds taalgebruik: totalitaire — ideologie.

Alle religies zijn exclusief, maar de islam is dat bij uitstek. Deze ontwikkelde zich onmiddellijk tot een staatsvorm die versmolten is met de eigen religie. De Koran is daarvan het spirituele en seculiere wetboek. Diens statuten omvatten alle terreinen van het leven… en blijven vaststaand en onvervormbaar; de bijzonder bekrompen Arabische geest dringt zich op aan vele andere volken en kneedt ze dan voorgoed naar haar eigen vorm (een totale, allesomvattende spirituele gevangenschap!). Dit is de kracht die de islam in zich draagt. Tegelijkertijd kan de enige staatsvorm waarmee landen zich langzaam hieraan los zouden kunnen worstelen niets minder zijn dan een despotische monarchie. Juist de belangrijkste reden en excuus voor het bestaan van de islam — de heilige oorlog en de mogelijke verovering van de wereld — maakt het voor alle andere vormen dan een depotische monarchie onmogelijk zich hiervan te verlossen.

Het beste bewijs van de ware en extreem despotische kracht in de islam is wel het feit dat het de islam is gelukt om op een uitzonderlijk grote schaal de geschiedenis en cultuur uit te wissen van de volkeren die zich tot de islam hebben bekeerd: hun gebruiken, religies, manieren van kijken naar dingen, oorspronkleijke verbeeldingskracht, etc. De islam kan dit alleen maar bereiken door de bevolking te drenken in een nieuwe religieuze arrogantie die krachtiger is dan wat ook en hen dwingt zich te gaan schamen voor hun eigen verleden. [vet gezette tekst als in origineel][1]

Georges Henri Bousquet (1900-1978) was één van de grootste geleerden in de 20e-eeuw op het gebied van de islam en de islamitische wet. Hij zette uiteen hoe het unieke islamitische concept van oorlog middels de jihad, en het eeuwige streven de shari’a op te dringen aan de hele mensheid, de kern van het islamitische totalitarisme vertegenwoordigt. In 1950 waarschuwde Bousquet nog dat deze oude islamitische doctrines immer geldig zijn en dus ook relevant blijven voor de moderne tijd.

De Islam toonde zich het eerst aan de wereld als een dubieus totalitair systeem. Zij machtigde zich het toe om zich aan de hele wereld op te dringen, met eveneens het door hen als goddelijk beschouwde mohammedaanse recht, met de beginselen van fiqh, waarmee alle aspecten van het leven van de islamitische gemeenschap en dat van iedere individuele gelovige, tot in de allerkleinste details wordt gereguleerd… Vanuit deze optiek is het van groot belang voor de wereld van vandaag om de mohammedaanse wet te bestuderen, ook al mag die nóg zo droog en weerzinwekkend lijken voor diegenen die zich willen dwingen in de fiqh te verdiepen.

Conquest_1Robert Conquest schreef in het Voorwoord bij de 40e jubileum editie van zijn elementaire aanklacht tegen de Sovjet-communistische tirannie onder Stalin, The Great Terror [De Grote Terreur]: Eén van de merkwaardigste opvattingen die heerst over het Stalinisme [lees: Islamitisch jihadisme] is dat in het belang van de “objectiviteit” wij — houdt u vast — “onbevooroordeeld” zouden moeten zijn. Maar het negeren of te bagatelliseren van de waarheden van de Sovjet [lees: Islamitische] geschiedenis, is op zichzelf zelf al een oordeel. En een stellingname die behoorlijk misleidend is. Laat ik afsluiten met wat Patrick Henry in 1775 schreef: “Ik ken geen enkele andere wijze om de toekomst te kunnen inschatten dan met het verleden.” Hieruit volgt dat een verkeerde lezing van het verleden het niet alleen onmogelijk maakt de toekomst in te schatten, maar zelfs het heden.

Ik heb hierboven tussen haakjes aangegeven waar men zeer wel Stalisisme kan vervangen door Jihadisme en Sovjet door Islamitisch.

In augustus 2008, bij de herdenking van het overlijden van Solzjenitsyn, vertelde Roger Kimball de volgende anekdote van Kingsley Amis, over de response op dat meesterwerk van professor Robert Conquest, dat jarenlang waar mogelijk genegeerd werd, of als propaganda afgedaan:

In 1988 (vlak voor de ineenstorting van det Oostblok socialisme) verschenen er langzaam aan positieve kritieken in de Sovjet-media… Een Amerikaanse uitgever kwam op het idee rond om het boek opnieuw uit te geven. “Wat dacht je van een nieuwe titel Robert? Wij moeten natuurlijk niet doen alsof het een nieuw boek is, maar een nieuwe titel kan geen kwaad… Professor Robert Conquest beantwoordde op een wijze die velen van zijn statuur het leven er niet gemakkelijk op maakt: “Tsja… misschien een titel als: ‘Ik zei het toch, stelletje randdebielen’, …is dat misschien wat?”

Geert Wilders — die als de enige van de hedendaagse politieke leiders op de schouders van intellectueel oprechte westerse geleerden als Burckhardt, Bousquet en Conquest staat — is ongegeneerd in het aanpakken van de hedendaagse islam, en de gesel van het weer oplevende jihadisme dat actief aangemoedigd wordt door de doorsnee religieus-politieke leiders van vandaag. De heldere, compromisloze visie van Wilders op de dreiging van de totalitaire islam, zou misschien kunnen worden samengevat met deze formulering:

De islam is het probleem; radicale hervorming is de oplossing.

Laten we hopen dat Geert Wilders met zijn morele oprechtheid en wijsheid tegenwicht weet te bieden aan wat Robert Conquest beschreef als “de goedgelovigheid van de vermeende intellectuele elites,” die het Sovjet totalitarisme al niet begrepen en ook nog eens misinterpreteerden en daarmee het streven naar rationeel buitenlands beleid problematisch maakten. Zoals Conquest zo treffend onderstreepte:

Het spreekt voor zich dat wij alles moeten doen om te vermijden, of te voorkomen, dat er nóg een keer een wijze les geleerd moet worden.

1.Jacob Burckhardt, “Judgments on History and Historians” (1929). Het citaat is uit hfdst. 22; The Despotism of Islam en hfdst. 23; Islam and Its Effects.

—————

Dit is een vertaling van het essay “Geert Wilders and Totalitarian Islam” van dr. Andrew G. Bostom, dat op zijn website werd gepubliceerd.

Andrew Bostom (MD,MS) is een Amerikaans auteur en professor in de Geneeskunde. Zijn essays verschijnen behalve op zijn eigen website, ook op FrontPage Magazine en American Thinker. Hij is tevens de auteur van de standaardwerken The Legacy of Jihad [De erfenis van de Jihad] en The Legacy of Islamic Antisemitism [De erfenis van het Islamitische Anti Semitisme].